Bedrijfsnaam - Bedrijfsboodschap
Geschiedenis
 
De geschiedenis van de Ragdoll begint rond 1963 toen Ann Baker in Riverside Californië bijzondere eigenschappen ontdekte bij de kittens van de witte angora-achtige poes ‘Josephine’ van haar buurvrouw.
Deze poes is de stammoeder van de Ragdoll. De legende vertelt dat Josephine sinds ze was aangereden door een auto door ‘verandering van genetisch materiaal’ ineens alleen nog maar kittens met een vriendelijk, rustig karakter kreeg die zich totaal konden ontspannen, ongevoelig waren voor pijn en geen angst kenden. Natuurlijk is het onmogelijk dat genen worden gewijzigd door een uitwendige oorzaak, maar het was een mooi verhaal. 
Ann Baker leende kinderen van Josephine met deze bijzondere eigenschappen van de buurvrouw om daarmee een nieuw ras te kunnen opbouwen, de een zag eruit als een Heilige Birmaan, de ander meer als een Pers, de vaders waren vaak onbekend. Vanwege hun ontspannen knuffelig karakter noemde ze het nieuwe ras Ragdoll, lappenpop.
De Ragdoll is rond 1990 naar Nederland gekomen en is vooral de laatste paar jaren enorm in populariteit toegenomen. De oorzaak van deze populariteit ligt in het fraaie uiterlijk, maar vooral ook in het fijne karakter van de Ragdoll. 
 
 
Karakter & uiterlijk
 
De Ragdoll is een fors halflangharig ras, die heel makkelijk te onderhouden is. De zelden klittende vacht is halflang en voelt zeer zacht aan, glanzend en met een volle kraag.
Het karakter van een Ragdoll kan je omschrijven als rustig, vriendelijk en aanhankelijk, waardoor ze geschikt zijn voor gezinnen met kinderen. Ze zijn nieuwsgierig zonder al te opdringerig te zijn. Ze zijn graag bij je in de buurt, waardoor je moet oppassen dat ze je niet voor de voeten lopen. Omdat de Ragdoll zo vriendelijk is, kan iedereen buiten hem oppakken en meenemen omdat ze niet gauw bang zijn. daarom is het aan te raden dat je de Ragdoll niet buiten laat. Je kan ook altijd uw tuin volledig afwerken, zodat de kat toch buiten kan, maar niet weg. 
De Ragdoll heeft zijn naam ook niet gestolen. De Nederlandse benaming voor ragdoll is ‘lappenpop’. Wanneer je de Ragdoll op neemt, ontspant hij zijn volledige lichaam en laat zich letterlijk hangen als een popje.
 
De Ragdoll heb je in verschillende kleuren. In Seal, Blue, Lilac, Choclate, Red, Creme en Tortie. Al deze kleuren komen ook in lynx (tabby) voor.
De Ragdoll komt voor in drie hoofdvariëteiten, namelijk Colourpoint, Mitted en Bi-colour.
  • Colourpoint: Masker, oren, poten en staart zijn gekleurd. Lichaamskleur is lichter, crèmekleurig. De borst is meestal lichter dan de rest van het lichaam. Een Colourpoint mag absoluut geen wit hebben.
  • Mitted: Mitted betekent gehandschoend. Bij een Mitted zijn de Points gekleurd. Daarnaast heeft de Mitted witte sokjes aan de voorpoten en hogere laarsjes op de achterpoten. Van de kin tot aan de staartinplant loopt een witte streep, de zogenaamde buikstreep. Sommige Mitteds hebben een witte bles op hun neus.
  • Bi-colour: Het masker is gekleurd, maar bevat een omgekeerde, witte "V". Staart en oren zijn gekleurd. Kin, borst, buik en poten zijn wit.
 
Buiten deze meest voorkomende kleuren zijn er nog 2 soorten, nl. Solid en Mink.
  • De solid of self colored Ragdoll, ook non pointed Ragdoll genoemd, heeft een donkere vachtkleur gecombineerd met een groene, oranje, gouden oogkleur.
  • De mink Ragdolls hebben een donkerdere lichaamskleur, gecombineerd met een grijze tot donkerblauwe oogkleur, maar de ideale oogkleur voor een mink is blauw/groen, beter gekend als aqua. Sepia Ragdolls zijn nog iets donkerder en hebben een dubbel mink gen. Zij geven in combinatie met een pointed Ragdoll allemaal mink Ragdoll kittens.
 
Website Builder mogelijk gemaakt <br/>door  Vistaprint
Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint